Casemanager Margreet: ‘Tegenpolen’

Twee volstrekte tegenpolen deze week. In het begin van deze week begon ik met een heel groot twijfelgeval. Tenminste, bij mij dan. Ik had enige tijd geleden bezwaar ingediend en dat werd ongegrond bevonden. Kan gebeuren, maar toch voelde het niet goed, dus beroep aangetekend. Eind vorige week kwam daar, kort voor de zitting van deze week, een verweerschrift van het UWV. Een goed verweerschrift, dat moet ik ze nageven. Zowel de door ons ingeschakelde arts als ikzelf begonnen namelijk te twijfelen of we hiermee de rechter wel wilden gaan lastigvallen.

Want eigenlijk doet de verzekeringsarts het gewoon goed. Het probleem ligt bij de behandelend specialist. Naast specialist is dat ook een buitengewone optimist. Al sinds 2015 namelijk is het steeds hetzelfde verhaal; er kan nog een andere behandeling worden geprobeerd waarmee verbetering verwacht kan worden. Maar volgens deze ras-optimist gaat het zonder die behandeling ook nog steeds een klein stukje beter, dus het “laatste redmiddel” hoeft nog niet te worden ingezet. Echt hoor, het gaat om een mevrouw van ergens halverwege de 30, die dus al sinds 2015 meerdere maanden per jaar aan bed gebonden is en voor de overige maanden slechts in staat is om 10 minuutjes een ommetje te lopen. Maar vorig jaar waren dat nog maar 8 minuutjes, dus we gaan vooruit! Tja, zolang de behandeling nog gericht is op herstel kan de verzekeringsarts hier ook niet zoveel mee, dat snap ik ook. Dus toch op het laatste moment ons beroep ingetrokken. Het voelt toch een beetje alsof we de strijd opgeven, maar we gaan ons richten op een herbeoordeling in de toekomst.

Maar dan het dossier dat ik later in deze week ging bestuderen. Daar zag ik dan de humor wel van in. Niet van de medische situatie van betrokkene, die was voor zover bekend, triest. Maar die verzekeringsarts, oh oh, dat was zo erg dat het bijna grappig werd. Ik las in zijn verslag dat de betrokkene op het spreekuur kwam met een enorm pak aan zelf gekopieerde medische informatie. Ik vond mijn dossiertje eigenlijk wel erg dun, met die uitspraak in gedachten. Dus de bezwaarbehandelaar van UWV gebeld om te vragen naar “de rest”. Och ja, dat was mogelijk niet gedigitaliseerd, dus hij zou het me in de loop van de week toesturen. Dacht hij. Maar ongeveer 2 uurtjes later belde de bezwaarbehandelaar mij terug, volgens mij met het schaamrood op zijn kaken. Hij weet mij namelijk te vertellen dat er 1 pagina (jawel, 1 hele!) in het dossier zit met daarop de relevante voorgeschiedenis. Ja, dat document had ik wel gezien. Maar daar stonden alle diagnoses op, en alle behandelingen die betrokkene tot 2018 had ondergaan, verder niks. Volgens de verzekeringsarts was dat alle documentatie die bij UWV in het medisch dossier aanwezig was, aldus de bezwaarbehandelaar.

Ik zag er de humor wel van in dus schoot in de lach. Ik vroeg me dus hardop af hoe dan de verzekeringsarts tot de conclusie is gekomen dat er mogelijk nog herstel kon plaatsvinden. Ik kan dat namelijk alleen uit deze relevante voorgeschiedenis niet opmaken. Geen lopende behandelingen bekend, geen prognose beschikbaar, helemaal niks. Alleen dat ene A4-tje met wat medische terminologie van 2000 t/m 2018. Beetje mager en niet echt zorgvuldig gemotiveerd dat er geen sprake is van duurzaamheid.  

De bezwaarbehandelaar moest er niet zo erg om lachen maar gaf mij wel het volgende aan: “Ja, op basis van deze informatie kunnen we een IVA-claim niet afwijzen, waarmee ik dus eigenlijk alvast zeg dat ik in uw bezwaar, van de gebrekkige motivatie en onzorgvuldigheid, kan meegaan”. Geen twijfel over mogelijk dus. Maar; nooit te vroeg juichen, ik wacht de beslissing netjes af voordat ik de klant informeer.