Verbeteringen Participatiewet en Banenafspraak

In het regeerakkoord van het huidige kabinet was het plan opgenomen om loonkostensubsidie te vervangen door loondispensatie. Deze wijziging was nodig om het makkelijker en goedkoper te maken om werknemers vanuit de Participatiewet die onder de banenafspraak vallen, aan het werk te krijgen. Ondanks die ogenschijnlijk uitstekende redenen, heeft staatssecretaris Van Ark bekend gemaakt dat zij van het plan afziet.

Momenteel zijn er twee soorten tegemoetkomingen in de loonsfeer voor werknemers die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Er bestaat loonkostensubsidie, waarbij de werkgever de werknemer een regulier salaris betaald en wordt gecompenseerd voor het deel waarover de werknemer niet productief is. Hieraan gaat een loonwaardemeting vooraf. Het verschil tussen de bij de beperkte werknemer vastgestelde loonwaarde en het wettelijk minimumloon krijgt de werkgever van  de gemeente gecompenseerd. De andere regeling is loondispensatie. Loondispensatie is alleen bedoeld voor werknemers in de Wajong. Hierbij betaalt de werkgever een salaris dat gebaseerd is op de loonwaarde en de werknemer krijgt daarbovenop een aanvulling vanuit de Wajong.

Twee regelingen binnen de banenafspraak is verwarrend en daarom vond de overheid dat er alleen nog maar sprake moest zijn van loondispensatie. Zo zou de uitvoering van de banenafspraak voor werkgevers, gemeenten en de overheid worden vereenvoudigd. Er was nog een ander voordeel, namelijk een fikse bezuiniging voor de overheid. Zie hiervoor dit LinkedIn-artikel van Janthony Wielink.

Het lijkt dus vreemd dat de staatssecretaris nu besluit om toch niet in te zetten op loondispensatie. Als reden draagt zij aan dat de regeling niet eenvoudiger maar juist complexer zou worden. De administratieve handelingen zouden voor werknemers, werkgevers en gemeenten aanzienlijk toenemen. Daarnaast is het de bedoeling dat werken lonend is voor de arbeidsbeperkte werknemer. Met loondispensatie is hier in beginsel geen sprake van omdat loon wordt aangevuld tot het maximale uitkeringsniveau en dat niveau wijzigt niet door meer of minder werken. Er zou dus een regeling bovenop de uitkering moeten worden verzonnen om werken toch lonend te maken.

Voor de doelgroep is het bericht van de staatssecretaris enorm goed nieuws. Doordat zij niet meer onder een aanvullingsregime van een gemeente vallen, hebben zij niet meer te maken met financieel nadelige regelingen zoals de kostendelersnorm vanuit de Participatiewet. Doordat met loonkostensubsidie meestal een cao-loon wordt verdiend, vindt er ook pensioenopbouw plaats en is er ruimere bescherming vanuit de werknemersverzekeringen. Ook voor werkgevers is het goed nieuws omdat Van Ark tegelijkertijd enkele verbeteringen aankondigt. Zo komt er waarschijnlijk één landelijke standaardmethodiek voor de loonwaardebepaling en wordt de subsidie op uniforme wijze verstrekt en uitbetaald. Ook wil de staatssecretaris dat er in elke regio een herkenbaar werkgeversservicepunt komt dat de matching tussen werkzoekenden en werkgevers verbetert. Verder moet het mogelijk worden dat banen via inkoop van diensten meetellen bij de inkopende werkgever en dat er geen inleenadministratie meer nodig is. Een uitstekende verbetering van de banenafspraak is dat werkgevers die méér dan het afgesproken aantal mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen, daarvoor beloond gaan worden.

Een uitwerking van de voorstellen van Van Ark kunnen we nog dit najaar tegemoet zien.