WIA-beoordelingen en de Nederlandse taal

Steeds meer relaties van ENgage hebben werknemers die niet volledig de Nederlandse taal machtig zijn. Dit kan gaan om zowel hoog als laagopgeleide werknemers. Soms komt het tot een WIA-beoordeling van deze werknemers en dan is er wat bijzonders aan de hand. Want het niet kunnen spreken of lezen van Nederlands is van invloed op de WIA-uitkomst. Hoe dit werkt hebben we voor u uitgezocht. Het is een wat langer stukje tekst, maar zeker de moeite van het lezen waard. Het begint met ‘historie’.

Het wel of niet Nederlands kunnen is van invloed is op de WIA-claimbeoordeling. Dat is een gegeven. Maar sinds 2006 (bij de komst van WIA, in het Schattingsbesluit) is er gesproken is over het ‘aanwezig achten van Nederlands en basale computervaardigheden’. Dus hoe kan het dan van invloed zijn op de WIA-claimbeoordeling?

In het Schattingsbesluit staat dat “eenvoudig taalgebruik Nederlands en basale computervaardigheden” bij elke cliënt in het kader van een WIA-beoordeling aanwezig wordt geacht. En toch zijn er een beperkt aantal gevallen van instroom in de WIA met als voornaamste oorzaak het niet hebben van taalvaardigheid Nederlands. Dit komt door het toepassen van functies op het niveau van 1 en 2. Deze worden gehanteerd bij ontbrekende taalvaardigheid Nederlands. Bij deze ‘lage’ functies is het kunnen lezen en spreken van Nederlands wel handig, maar niet van essentieel belang. Hoe hoger het functieniveau, hoe beter ook Nederlands begrepen moet kunnen worden. Daarom kunnen deze functies niet worden geduid (= voorgesteld als gangbare arbeid).

Een voorbeeld:

Een jonge vrouw uit een Europees land verblijft tijdelijk in Nederland om een universitaire studie (die gevolgd wordt in de Engelse taal) te volgen en na afronding daarvan terug te keren naar haar vaderland.

Zij gaat naast haar studie in de avonden en in de weekenden werken in een Italiaans restaurant. Ze krijgt tijdens het werk een bedrijfsongeval: haar arm raakt bekneld in een deegmachine. Het medisch gevolg blijkt verlies van haar dominante onderarm te worden. Daardoor wordt ze feitelijk eenarmig en blijkt productiewerk op de CBBS-niveaus 1 en 2 niet te duiden.

Functies dichter bij haar opleidingsniveau zijn niet te duiden vanwege onvoldoende (lees: géén) taalvaardigheid. Binnen dergelijke functies is meer nodig dan het “eenvoudig taalgebruik Nederlands” van het Schattingsbesluit.

Resultaat UWV-beoordeling: 80-100% arbeidsongeschikt.

Aanleiding

De aanleiding van ons ENgage onderzoek is een brief van de Minister over een motie van een tweetal Kamerleden.

De motie Pieter Heerma/Wiersma verzoekt te onderzoeken op welke wijze en in welke mate het niet spreken van de Nederlandse taal meeweegt bij de (her)beoordeling van arbeidsongeschiktheid.

Mondelinge beheersing van de Nederlandse taal is in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten aangemerkt als een algemeen gebruikelijke bekwaamheid. Hiermee wordt voorkomen dat iemand arbeidsongeschikt wordt alleen omdat hij de Nederlandse taal niet beheerst, terwijl het ontbreken daarvan niet voortkomt uit ziekte of gebrek. Dossieronderzoek laat zien dat de huidige beoordelingssystematiek conform Schattingsbesluit wordt uitgevoerd. Wanneer iemand de Nederlandse taal niet beheerst, vindt er functieduiding plaats op het één na laagste en laagste opleidingsniveau. UWV heeft een quick scan uitgevoerd om te onderzoeken hoe vaak het voorkomt dat er in de gevallen dat iemand de Nederlandse taal niet of slechts beperkt beheerst dit bij de WIA-claimbeoordeling leidt tot een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage. Op basis van de resultaten stromen er jaarlijks naar schatting circa 340 uitkeringsgerechtigden de WIA in waarvan het  arbeidsongeschiktheidspercentage mogelijk lager zou zijn als zij de Nederlandse taal zouden beheersen (ongeveer 0,75% van de WIA-instroom).

Ik vind het niet wenselijk dat mensen een WIA-uitkering ontvangen alleen doordat ze de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. Bij het vaststellen van het arbeidsongeschiktheidspercentage wordt gekeken welk inkomen mensen gegeven hun (medische) beperkingen en bekwaamheden kunnen verdienen. Voor deze groep geldt dat ze niet in staat zijn om arbeid te verrichten waarvoor beheersing van de Nederlandse taal noodzakelijk is en niet binnen korte tijd (6 maanden) te leren is. De verandering van de criteria voor de beoordeling zou ertoe leiden dat de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling voor deze groep niet meer overeenkomt met wat zij gezien hun krachten en bekwaamheden nog met arbeid zouden kunnen verdienen. Ik zal daarom niet inzetten op een aanscherping van de claimbeoordeling, waarin taal niet langer een rol speelt. Wel zal ik gaan onderzoeken hoe de beheersing van de Nederlandse taal door deze groep vergroot kan worden en of het CBBS voldoende functies bevat waarvoor onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal geen belemmering is.

Reactie ENgage, naar aanleiding van een bezwaarzaak

Tekst van UWV uit een Beslissing op Bezwaar ten aanzien van onvoldoende beheersing Nederlandse taal.

In het Schattingsbesluit is geregeld, dat die algemeen geaccepteerde arbeid in aanmerking wordt genomen waarmee betrokkene het meest kan verdienen, waaronder ook wordt verstaan arbeid waarvoor bekwaamheden nodig zijn die algemeen gebruikelijk zijn en die binnen 6 maanden kunnen worden verworven, tenzij betrokkene niet over die bekwaamheden beschikt en als gevolg van ziekte niet kan verwerven.

Ter uitwerking hiervan is in de Regeling nadere invulling algemeen gebruikelijke bekwaamheden aangegeven, dat een zekere beheersing van de Nederlandse taal als algemeen gebruikelijk beschouwd wordt. Bedoeld is dan de mondelinge beheersing (het verstaan en spreken) van het Nederlands voor zover dit nodig is bij functies waarvoor geen opleiding dan wel een opleidingsniveau tot afgerond basisonderwijs is vereist. Er is dan ook geen reden functies te verwerpen ten aanzien van de mondelinge beheersing van de Nederlandse taal.

De schriftelijke beheersing van het Nederlands (lezen en schrijven) wordt echter niet als algemeen gebruikelijk beschouwd. Desalniettemin acht de Centrale Raad van Beroep het al jarenlang plausibel, dat ook iemand met beperkte lees- en taalvaardigheid in de Nederlandse taal in staat is eenvoudige productiematige functies te vervullen, nu in dergelijke functies ter zake van de aspecten lezen en schrijven, wanneer het gaat om eenvoudige schriftelijke aanwijzingen, voorschriften of instructies, in het algemeen slechts zeer beperkte eisen worden gesteld.

Conclusie
Heeft u een zaak waarvan u denkt dat het Nederlands van invloed is op de WIA-claimbeoordeling, leg deze dan aan ENgage voor. Wij kunnen met u bepalen of investeren in een taaltraining relevant is. Maar ook kunnen we constateren of UWV de regelgeving goed heeft toegepast.